Niet genoeg feiten

feitenMijn mening over het boek ‘Feiten genoeg..’ van Lee Strobel. Als je dit boek niet hebt gelezen, zal deze blog niet voor jou zijn…

Allereerst vond ik het boek van Strobel interessant om te lezen. Het onderwerp (schepping en evolutie) is een van mijn grote interesses en heeft veel raakvlakken met mijn werk. Ik denk dat het belangrijk is dat christenen stelling nemen tegen een materialistisch wereldbeeld. Als christenen om die reden het darwinisme of de evolutietheorie aanvallen, moeten ze echter wel oppassen dit niet te lichtvaardig te doen. Het gevaar is dat ze zichzelf voor schut zetten of andere christenen (ongewild) om de tuin leiden met verkeerde feiten of argumentatie. Uit eigen (vroegere) ervaring kan ik zeggen dat bepaalde creationistische argumentaties, die bij nadere beschouwing niet op waarheid berustten, tot veel onbedoeld onbegrip bij jezelf en anderen kan leiden. In zijn boek legt Lee Strobel op een heel toegankelijke wijze uit welke bezwaren er kleven aan een materialistisch wereldbeeld. Dit materialistische wereldbeeld vind ik zelf ook het grootste probleem van het darwinisme. Ik denk dat voor het idee dat alles vanzelf is ontstaan een groot geloof nodig is. De wetenschap heeft (nog?) geen afdoende antwoorden op de vraag hoe het eerste leven is ontstaan en welke precieze genetische mechanismen uit zichzelf tot vermeerdering van genetische informatie hebben geleid. Hier wil ik graag de hand van een intelligente God in zien.

Toch meen ik dat de aanwijzingen voor een (geleidelijke?) ontwikkeling van het leven (gedurende miljarden jaren van primitief naar complex) en een gemeenschappelijke oorsprong van alle leven, waarbij evolutionaire mechanismen (=mutatie + selectie) een rol spelen, heel sterk zijn. Deze aanwijzingen zijn zeker niet op gemakkelijke wijze wetenschappelijk te weerleggen (ik gebruik het woord ‘aanwijzingen’ en geen ‘bewijzen’ omdat het vaak voor de leek niet duidelijk is wat in de biologie als ‘bewijs’ wordt gezien) en worden niet voor niets door de overgrote meerderheid van de wetenschappers aanvaard. Ik vond in dit opzicht het boek van Lee Strobel eenzijdig en niet helemaal accuraat, ondanks de vele goede argumentatie tegen een materialistisch wereldbeeld.

Ik heb me voornamelijk verbaasd over hoofdstuk 3 van het boek. In dit hoofdstuk staat een interview met ene Jonathan Wells over de iconen van evolutie. Ik vind dat de beschrijving van deze iconen (het Miller-Urey experiment, Darwin’s boom, Haeckels embryo’s en de optocht van de aapachtigen) een karikaturaal en onwaar beeld van de wetenschap van het darwinisme geven. Het ‘weerleggen’ van deze iconen heeft weinig met het wel of niet waar zijn van evolutie te maken, want deze iconen vormen (tegenwoordig) absoluut niet het bewijs voor de evolutie van soorten. Er zijn tegenwoordig veel sterkere bewijzen voor evolutie die uit verschillende takken van wetenschap voortkomen, zoals de moleculaire biologie (mijn eigen vakgebied), de populatie genetica, de biogeografie en de paleontologie, die niet door Wells worden genoemd (bv de icoon der iconen: de erfelijkheidsleer van Mendel). Deze bewijzen zijn ook veel moeilijker of zelfs niet te ‘weerleggen’. Ik vind niet dat ik het darwinisme moet verdedigen, maar ik vind wel dat christenen goede argumenten moeten gebruiken.

Wat Jonathan Wells zelf betreft, vind ik het moeilijk om over hem een oordeel te vormen. Hij wordt door Strobel neergezet als niet de eerste de beste, maar als ik op internet moet afgaan dan is er wel wat op hem aan te merken (o.a. zijn mening dat AIDS niet door HIV wordt veroorzaakt). Hij is gepromoveerd in 2 vakgebieden, maar zijn wetenschappelijke track-record is niet echt indrukwekkend. Voor zover ik kon nagaan heeft hij in 1 wetenschappelijk tijdschrift als eerste auteur gepubliceerd (in 1985 in Biosystems, een matig wetenschappelijk tijdschrift met lage impact) en in twee andere redelijk tot goede tijdschriften als tweede en als derde auteur (wat leuk is voor je CV maar verder niets over je zegt, hij heeft die artikelen dus niet zelf geschreven). De wetenschappelijke carrière van Jonathan Wells stelt dus volgens mij niet zoveel voor. Hij lijkt mij dus wel de eerste de beste die ook een mening heeft.

Wat betreft de vier iconen van het Darwinisme, denk ik dat Wells met zijn commentaar op het Miller-Urey experiment wel gelijk heeft. Dit experiment wordt inderdaad regelmatig aangevoerd als bewijs dat leven vanzelf kan ontstaan, voornamelijk in gesprekken, maar ik denk niet dat het een echt icoon is van het moderne darwinisme. Moderne wetenschappelijke theorieën omtrent de oorsprong van het leven gaan niet uit van dit experiment uit (denk bv alleen maar aan de tegenwoordig populaire theorie dat de oorspronkelijke aminozuren door meteorieten op aarde zijn gebracht). Volgens mij is de reden dat het experiment nog voorkomt in veel biologieboeken dat het aantoont dat aminozuren op een natuurlijke manier kunnen ontstaan (zo is ook de uitleg van dit experiment bij de tentoonstelling ‘Zoeken naar leven’ van Science Centre Nemo dit jaar), en niet geschapen hoeven worden. Met Wells ben ik het overigens eens dat dit experiment suggereert dat intelligentie nodig is om biologische systemen te laten ontstaan.

Wat betreft Darwin’s boom denk ik dat Jonathan Wells te gemakkelijke argumenten gebruikt. Ik meen dat fossiele vondsten van de afgelopen honderd jaar wel degelijk het idee van gemeenschappelijke afstamming, en dus een boom met vertakkingen ondersteunen. De Cambrische explosie wordt gebruikt om te beargumenteren dat dit niet zo is, omdat er een abrupt begin van leven lijkt te zijn. Toch worden in de aardlagen ouder dan het Cambrium fossielen van organismen met 2 embryologische cellagen (zogenaamde diploblasten) gevonden, en tijdens en na het Cambrium pas organismen met 3 embryologische cellagen (zgn. triploblasten, deze hebben een voor-, achter, linker en rechterkant). In nog oudere aardlagen (tot ongeveer 1.8 miljard jaar geleden) worden fossielen van primitieve meercellige organismen gevonden, terwijl in de oudste aardlagen alleen sporen van enkelcellige organismen worden gevonden. Dit is alles wijst toch echt op een ontwikkeling van primitief naar complex en suggereert dus (zeker binnen een materialistisch wereldbeeld) een gemeenschappelijke afstamming. Natuurlijk suggereert de veelheid aan soorten die plotseling in het cambrium zijn ontstaan dat dit alles niet geleidelijk is gebeurd, maar hiervoor zijn ook wel verklarende theorieën bedacht die prima met Darwin’s boom overeenkomen (de twee hoofdstromen zijn de ‘ancient’ en ‘realistic’ school, de eerste meent dat de veelheid aan soorten al voor het cambrium bestond maar dat wij ze pas in Cambrische aardlagen vinden (er was dus geen echte explosie van leven), de tweede school denkt dat er wel plotseling veel verschillende soorten ontstonden en zoekt de verklaring hiervoor bijvoorbeeld in bepaalde regelgenen die wel in triploblasten maar niet in diploblasten worden gevonden). Ik schrijf dit omdat ik het onzin vind dat Wells zegt dat de boom van Darwin absoluut niet meer overeind staat.

Behalve fossiele vondsten wordt die boom ondersteund door een veelvoud aan moleculair biologisch en biogeografisch bewijs. Je kunt namelijk vergelijkbare stambomen opstellen op basis van genetische sequenties en verspreiding van diersoorten over de aarde. Het moeilijke aan het weerleggen van de verschillende soorten bewijs vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines is dat ze allemaal onafhankelijk van elkaar hetzelfde lijken te suggereren, namelijk gemeenschappelijke afstamming. Wells ‘vergeet’ (?) ook te vermelden dat, ook al zijn de meeste stammen binnen het dierenrijk al in het cambrium ontstaan, deze organismen allemaal in het water leefden (dit geldt ook voor planten, en er was zeker nog geen zoogdier bij deze organismen, zoogdieren worden pas in aardlagen meer dan 200 miljoen jaar jonger gevonden, in het Trias). Pas vele miljoenen jaren na de Cambrische explosie (85 miljoen jaar voor insecten) gaan de eerste dieren aan land. Er zijn dus na het Cambrium wel degelijk (evolutionaire) processen nodig geweest om uiteindelijke onze wereld voort te brengen.

Wat betreft Haeckels embryo’s begrijp ik niet waarom deze 19e eeuwse tekeningen een icoon zouden zijn voor het moderne darwinisme? Ik kom deze tekeningen meestal alleen maar in creationistische (in de ruime zin van het woord) boeken tegen als vermeend bewijs voor evolutie, nooit in pro-evolutie boeken. Ik kan deze tekeningen zelfs niet terugvinden in een van de bekendste populaire standaardwerken over evolutie (‘Evolutie, triomf van een idee’ van Carl Zimmer). Tijdens mijn studie Biomedische Wetenschappen heb ik wel een keer over de tekeningen gehoord, maar toen werd uitgelegd dat de recapitulatie theorie van Ernst Haeckel al meer dan 50 jaar achterhaald is en dat die eigenlijk nooit helemaal geaccepteerd was. Tegenwoordig wordt zo ontzettend veel onderzoek verricht binnen het vakgebied van de embryologie, met de modernste visualisatietechnieken en met behulp van veel meer verschillende organismen dan Ernst Haeckel heeft getekend (van veel organismen is bijvoorbeeld precies in kaart gebracht wanneer bepaalde cellen zich in het embryo delen of migreren naar andere gebieden binnen het embryo, welke genen hierbij betrokken zijn en in hoeverre dit overeenkomt met andere organismen), dat ik me nauwelijks kan voorstellen dat iemand nog de recapitulatie theorie van Haeckel en zijn primitieve tekeningen serieus neemt. Er zijn tegenwoordig wel andere, subtielere recapitulatie theorieën, die bijvoorbeeld het achter elkaar ontstaan van drie verschillende soorten nieren in menselijke embryo’s verklaren vanuit een evolutionair verleden. Deze theorieën worden echter niet gebruikt als bewijs voor evolutie maar gebruiken juist evolutie als verklaring voor bepaalde biologische processen, die anders moeilijk(er) te verklaren zijn.

Wat betreft de optocht van de aapachtigen, denk ik dat er redelijk wat wetenschappelijke aanwijzingen zijn dat de mens en bijvoorbeeld chimpansee een gemeenschappelijke voorouder hebben. Die aanwijzingen komen wederom uit verschillende wetenschappelijke disciplines, zoals de moleculaire biologie, biogeografie en paleontologie, en lijken allemaal hetzelfde, namelijk gemeenschappelijke afstamming, te suggereren. Het DNA van mens en chimpansee is bijvoorbeeld heel erg gelijk. Een frappant verschil tussen chimpansee en mens-DNA is dat de chimpansee 24 paar chromosomen heeft, waaronder 2 kleine, terwijl de mens maar 23 paar chromosomen heeft, waaronder een groot chromosoom. Als je nu de 2 kleine chromosomen van de chimpansee (denkbeeldig) aan elkaar plakt dan blijkt dit gefuseerde chromosoom vrijwel identiek aan het lange chromosoom bij de mens. De theorie is dus dat ergens tijdens de ontwikkeling het lange chromosoom bij de mens intact is gebleven maar bij de chimpansee in tweeën is gebroken. Dit is maar een van de vele aanwijzingen, maar het sterke van deze aanwijzing is dat evolutie een eenvoudige en elegante verklaring voor het verschil in DNA geeft. Het DNA van mens en chimpansee verschilt precies zo, zoals je bij gemeenschappelijke afstamming zou verwachten. Ik ben echter niet overtuigd dat alleen willekeurige mutatie en selectie het verschil tussen mens en chimpansee kan verklaren.

De evolutionaire oorsprong van de mens en die van mensapen is complex, net zoals de oorsprong van alle andere organismen. Iedere keer dat nieuwe fossielen worden gevonden (en die worden nog steeds gevonden, denk bv aan de recent ontdekte Homo floresiensis) bestaat de kans dat de theorieën over onze oorsprong worden aangepast. Ik vind dat de Javamens niet goed gebruikt kan worden om ideeën over afstamming te weerleggen. De Javamens vertegenwoordigt een van de eerste, maar zeker niet de enige, soorten hominiden waarvan resten zijn gevonden. Hij wordt tegenwoordig geclassificeerd bij homo erectus (en niet bij homo sapiens!! zoals verkeerd voorgesteld door Wells). Sinds de ontdekking van de Javamens zijn vele andere fragmenten en zelfs bijna complete skeletten van homo erectus en andere hominiden gevonden, op verschillende plekken over de wereld. Binnen de wetenschap worden de meeste van de gevonden hominiden gezien als een tak aan de menselijke oorsprongsboom, net als de chimpansee, de gorilla en homo sapiens, en niet als directe voorloper van de moderne mens (want dat weten we simpelweg niet). De bekendste hominide (behalve wijzelf) is natuurlijk Homo neanderthalensis (en niet de Javamens), een hominide die gelijktijdig met Homo sapiens heeft geleefd. Van de Neanderthaler zijn niet alleen veel botten gevonden, maar ook gebruiksvoorwerpen zoals bijlen en speren. Er zijn zelfs aanwijzingen dat de Neanderthaler vuur gebruikte, sieraden had en zijn doden ritueel begroef. Verder is ook meerdere malen DNA van de Neanderthaler gesequenced, dat laat zien dat de Neanderthaler genetisch erg op Homo sapiens lijkt (meer dan bv de chimpansee), maar niet tot Homo sapiens behoort. Ik vind dus dat er goede wetenschappelijke aanwijzingen zijn voor een ‘optocht van aapachtigen’. Als christenen de gemeenschappelijke afstamming van mens en bv chimpansee in twijfel willen trekken, moeten ze ook een goede verklaring geven van het bestaan van de Neanderthaler. Ik heb zo’n goede verklaring nog nooit gelezen en kan niet om de Neanderthaler heen.

Ondanks mijn bedenkingen over Jonathan Wells denk ik dat Lee Strobel belangrijke en goede argumenten (onder andere kosmologische) geeft om een materialistische wereldvisie af te wijzen. Hierover een andere keer (of niet, want hier heb ik niet zo verstand van).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *