De verwondering van een klein wormpje in het grote Amerika

UCLA

Ik verwonder me altijd met plezier als ik in de Verenigde Staten ben. Hoewel ik veel herken wat betreft cultuur, zijn er ook veel dagelijkse dingen die net een tikkeltje anders zijn. Ik vind het leuk om daarop te letten. Alles lijkt hier groter, en veel is dat ook werkelijk. De straten en wegen en de auto’s daarop zijn groot. De campus van de universiteit waar ik verblijf en de verschillende universiteitsgebouwen zijn erg groot, mooi en indrukwekkend (zie foto voor een indruk). De afstand die ik naar Starbucks moet lopen, is groot. De koffie bij Starbucks is groot (en lekker). De supermarkt en het aanbod aan verschillende soorten m&m’s is groot. De blikken bier zijn groot, maar ik was verstandig en kocht kleine flesjes Corona. De filmposter van de nieuwe Harry Potter is groot. De verleiding om naar Super 8 of The green lantern te gaan is ook groot, want die draaien nog niet in de Nederlandse bioscoop. Ik schrijf dit nu in een hotelkamertje op de campus van de University of California Los Angeles (UCLA), in de wijk Westwood. Ik ben hier vanwege een wetenschappelijk congres over het rondwormpje Caenorhabditis elegans, dat ik bestudeer. Dat wormpje is trouwens niet groot, maar heel klein (~1 mm).

Er zijn verschillende dingen waar ik me over verwonder. Ik ben hier op en rond de campus bijvoorbeeld vijf verschillende ‘University Churches’ tegengekomen, plus een stand van de Jehova’s Getuigen en de Islam. Enerzijds is het is natuurlijk hartstikke mooi dat er zoiets bestaat als een ‘University Church’ en dat er blijkbaar behoefte is aan tenminste vijf daarvan. Anderzijds vind ik het jammer dat er vijf verschillende bestaan. Het deed me denken aan de (herinner ik me) ongeveer 8 kerken op rij naast elkaar die ik eens zag toen ik door het Amerikaanse stadje Page in Arizona reed. Natuurlijk besef ik wel dat als er maar één kerk hier op de campus was, misschien 80 procent van de kerkbezoekers niet naar die kerk zou gaan. Maar ik vind eigenlijk dat dit soort universiteitskerken juist oecumenisch van aard zouden moeten zijn. Het is goed en leerzaam om tijdens je opleiding in aanraking te komen met andersdenkende gelovigen. Het stimuleert tot reflectie en kritiek op je eigen geloof en het leert je op een liefdevolle, begripvolle manier met anderen om te gaan. Vreemd genoeg lijkt het soms lastig om dit te leren als je maar met één soort kerk of gemeente in aanraking bent gekomen, terwijl zelfkritiek en goede omgang met anderen een belangrijk onderdeel van het christelijke leven zou moeten zijn. Misschien zijn de kerken hier in de buurt wel zo, dat kan ik natuurlijk niet beoordelen. Ik loop er slechts langs.

Iets totaal anders waar ik me over verwonder, is de vreemd aandoende betutteling hier. Ik vind Nederland soms al aardig betuttelend, maar hier is de betutteling net weer van een andere soort. Ik herinner me van vorig jaar toen ik op vakantie in Florida was dat in supermarkten de boodschappen voor je werden ingepakt en dat iemand het supermarktkarretje van je auto terug naar de winkel bracht. Op zich is dit goed, want de mensen die dit doen hebben dit werk nodig, maar ik voelde me erdoor opgelaten omdat ik het niet gewend was. Toen we in een Food Court mochten proeven van een stukje gemarineerde kip op een satéstokje, mocht mijn kleine dochtertje deze niet hebben omdat ze zich in haar oog zou kunnen prikken. Hier in Los Angeles gaat de betutteling net zo. Op het campusterrein staan overal mannen of vrouwen die schijnbaar niets te doen hebben, totdat je goed oplet. Er is iemand die kijkt of je wel een correct naamkaartje draagt. Er is iemand die zegt dat je tas in een locker moet worden opgeborgen als je gaat eten. Er is iemand die bij de bouwwerkzaamheden met een bordje aan het verkeer aangeeft dat dit langzamer moet rijden. Verder zijn in de congreszalen erg veel suppoosten aanwezig die schijnbaar niets te doen hebben, totdat bijvoorbeeld iemand zijn voeten op de stoel voor zich zet of zijn tas in het gangpad. In dat geval loopt er een ijverige suppoost door de zaal om iedereen die dit doet erop te wijzen dat dit niet mag. Een andere vreemd aandoende betutteling is de ‘How to eat smart?’ informatie die op iedere tafel in het restaurant van de campus staat. Hierin wordt uitgelegd hoe je gezond moet eten en genoeg moet bewegen. Op zich is hier natuurlijk niets mis mee, maar wel vreemd in een restaurant dat een buffet aanbied van voornamelijk fast food. Het restaurant karakteriseert zichzelf met de slogan ‘all-you-care-to-eat’, maar dit moet natuurlijk ‘all-you-can-eat’ zijn.

Over het eten hier doen ze niet zo moeilijk, behalve dan dat je afval moet scheiden in materiaal met en materiaal zonder etensresten. Waarom is mij een raadsel. Over het drinken doen ze veel moeilijker. Op Europese congressen is het gebruikelijk dat tijdens het avondmaal, en vaak al tijdens het middagmaal, wijn geschonken wordt. Dit is erg prettige, want dit is vaak een wijn die beter smaakt dan die van mijn supermarkt. Ook wordt er meestal al geborreld voor het avondeten en in ieder geval ’s avonds na of al tijdens de laatste presentaties. Hier in de Verenigde Staten gaat dit geheel anders. Hier wordt pas om half elf ’s avonds, tot ongeveer half 12, alcohol geschonken. Op een vorig congres was mij al eens de toegang tot een bar geweigerd omdat ik niet kon aantonen dat ik boven de 21 was. Ik was toen al 31, maar dat wilden ze niet geloven en ik had geen paspoort bij me. Nu, op dit congres, worden we als een groep hooligans netjes binnen een cirkel van dranghekken gemanoeuvreerd met daaromheen veiligheidspersoneel. Alleen binnen deze cirkel is het mogelijk een alcoholisch drankje te nuttigen. Het is niet mogelijk om meer dan één glas bier (of iets anders) per persoon tegelijkertijd te krijgen. Je kunt dus niet voor je collega’s halen. Dat bier wordt netjes vanuit een flesje in een plastic beker geschonken. Die flesjes zijn al snel op, dus als je langzaam drinkt, heb je geen tweede (of derde). Dit is simpelweg niet denkbaar in Europa, want geen enkel zichzelf respecterend Europees congrescentrum zou zichzelf zo in de vingers willen snijden. Het zal hier wel met de wet te maken hebben. Niet dat ik dit zo erg vind overigens, want ik had immers mijn Corona biertjes al gekocht🙂, maar ik verwonder me over dit culturele verschil.

Van het een komt het ander. Van eten en drinken komt de meer banale verwondering over de WC hier. Hiermee bedoel ik vooral de verwondering over het feit dat het Amerikaanse type WC niet allang in Nederland is geïntroduceerd. Ik vind de Amerikaanse WC’s namelijk veel beter dan de Hollandse, zeker dan de zogenaamde vlakspoeltoiletten waarin alles dat je erin stopt netjes op een plateautje wordt gepresenteerd. In een museum zag ik dat dit soort WC’s hier vroeger ook voorkwamen, maar intussen hebben ze vooruitgang geboekt. De WC’s die ik tot nu ben tegengekomen zijn namelijk van een andere, betere soort. Het zijn eigenlijk grote kommen vol met water waarin alles dat erin gaat netjes blijft drijven. Het water staat ook een stuk hoger dan bij de enigszins vergelijkbare Nederlandse diepspoeltoiletten, waardoor niet alles er van een hoogte in plonst en het water omhoog spettert. Bij het doortrekken, verdwijnt de grote plas water inclusief ontlasting met een noodgang door een gat onderin. Voor mijn gevoel blijft de WC op deze manier frisser en schoner dan we in Nederland gewend zijn.

Weer een totaal andere verwondering betreft de UCLA bookstore. Ze hebben hier een geweldige boekenwinkel. Ik wist dit al, want ik ben hier al paar keer eerder geweest. Daarom ben ik bij aankomst als eerste naar deze boekenwinkel toe gelopen om eens heerlijk rond te neuzen. Niet om boeken te kopen, want dat wordt me te duur, maar om ze te bekijken. De boekenwinkel heeft een groot aanbod, groter dan ik gewend ben, aan boeken die ik interessant vind, vooral over geschiedenis en wetenschap. Je zou misschien denken dat het grote aanbod te maken heeft met het feit dat er hier in de Verenigde Staten veel meer schrijvers van hoog niveau zijn en omdat wetenschap hier op een hoger peil staat dan in ons kleine Nederland. Maar de het verbazingwekkende is juist dat er veel Europese boeken staan. Dit zijn zowel Europese klassiekers als moderne Europese schrijvers. Ik wilde een (goedkoop) boekje kopen om tijdens het eten en ’s avonds in het hotel te lezen. Ik heb even met Love wins van Rob Bell in mijn handen gestaan, maar bedacht dat Mort van Terry Pratchett op dit moment geschikter was. Love wins moet nog even wachten tot een geschikter moment.

Ten slotte verwonder ik me over de mensen hier. Ze zijn over het algemeen heel vriendelijk. Bij het stoplicht, bij de bushalte en bij het buffet word ik zo af en toe aangesproken met de standaardvraag waar ik vandaan kom of naar toe ga, of wordt er een grap tegen elkaar gemaakt. Eenzelfde ervaring had ik vorig jaar in Florida, waar mensen in de lift met elkaar praatten en grappen maakten, al kenden ze elkaar niet. Sommigen vinden de Amerikanen hierin oppervlakkig, maar ik vind deze spontaniteit wel prettig. Ik voel me hierdoor welkom, in tegenstelling tot wat ik voel als ik in het veel norsere Europa op vakantie ga. Overigens doe ik ook aan dit norse Europese gedoe mee als ik in Rotterdam ben. Anders dan het all-you-care-to-eat restaurant doet vermoeden, zie ik hier voornamelijk goed uitziende, jonge mensen, die niet voldoen aan het stereotype beeld van Amerikanen dat regelmatig op TV te zien is. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de plek waar ik mij bevind, namelijk in de wijk Westwood die tussen Beverly Hills en Bell Air in ligt. De mensen hier zullen voornamelijk uit welgestelde en hoger opgeleide milieus komen. Dit werd me extra duidelijk toen ik de bus nam naar een museum in de richting van Downtown Los Angeles. De busrit duurde ruim een uur en onderweg maakte de goed uitziende mensen plaats voor de meer stereotype Amerikanen. Ik voelde me meer en meer op mijn gemak:). Toch stond de getatoeëerde jongen naast me op toen een oudere vrouw de bus instapte. Mijn vooroordeel was verkeerd geweest.

tar pits

Ik was in de bus gestapt om het Natural History Museum van Los Angeles te bezoeken. Ik ben hier een dag voordat het congres begon aangekomen en had daarom tijd voor een uitstapje. Aangezien ik liefhebber ben van boeken over evolutie en natuurlijke historie, dacht ik dat dit een goede gelegenheid was om eindelijk eens (gereconstrueerde) dinosaurusskeletten en trilobietfossielen in het echt zien, in een groot Amerikaans museum. Om de een of andere reden, vraag me niet waarom, dacht ik dat dit museum ook de plek was van de La Brea Tar Pits (zie foto), de beroemde teerputten waarin veel fossielen van uitgestorven (zoog)dieren uit het late Pleistoceen zijn gevonden. Deze plek wilde ik graag bezoeken, maar toen ik bij het museum aankwam, kon ik de teerputten nergens vinden. Eigenwijs en mannelijk als ik was, wilde ik het niet vragen, want ik voelde me stom dat ik misschien niet bij het juiste museum was. Het Natural History Museum was wel mooi, met grote diorama hallen waarin allerlei zoogdieren waren opgezet. Ook was er een uitgebreide en mooie mineralencollectie met stenen in werkelijk alle kleuren en soorten. Maar waar ik eigenlijk voor kwam en op hoopte, groot opgezette dinosaurusskeletten en mooie fossielen, dat was niet te vinden. Tot mijn teleurstelling werd de Dinosaur Hall gerenoveerd en pas in juli weer geopend. Het museum was verder ook een culturele reis, want ik leerde hoe hele klassen Californische schoolkinderen zich kunnen vermaken zonder aandacht te schenken aan de museumstukken (tenzij ze ergens op konden duwen of aan draaien). Toen ik uit het museum kwam, vroeg ik me nog steeds af waar nu eigenlijk de teerputten waren. Ik kwam erachter toen ik terug in de bus na een half uur ineens een grote stenen olifant (of mammoet?) door het raam zag die in een poel met water dreigde weg te zakken. Ik had de teerputten gevonden, maar helemaal niet in de buurt van het museum. Helaas had ik geen tijd meer om uit te stappen en zullen de teerputten en alle mooie fossielen en dinosaurusskeletten tot een volgende keer moeten wachten.

3 gedachten over “De verwondering van een klein wormpje in het grote Amerika

  1. Johan

    Auch! Je hebt de teerputten gemist! Die wil ik ook graag een keer zien. Ik was in de Badlands en daar hadden ze een mooie voorstelling van zoogdierfossielen die daar gevonden waren.
    Goede observaties verder, zoals de spontaniteit (de vriend met wie ik op vakantie was, wil daarom eigenlijk naar de VS verhuizen, want hij is zelf ook zo spontaan en dat wordt in NL niet altijd gewaardeerd). En ook de vier of vijf kerken op een rij in sommige dorpen. Dat heb ik ook gezien. Met grote reclameborden ook!

    Johan

    Reageren
  2. Hannes

    He Johan

    het doet nog steeds pijn dat ik er langs reed..

    Jij bent in de Badlands geweest? Even ging de gedachte door mijn hoofd dat je in het gebied tussen de Federatie en Cardassia bent geweest en wellicht de Maquis bent tegengekomen. Maar toen begreep ik dat je een National Park bedoelde. Was het mooi? Dat zijn ze altijd, die parken. Ik ben benieuwd naar je blogs hierover..

    Wat betreft die kerken.. ik kwam op de laatste dag ook nog een stand van de ‘UCLA atheists union’ tegen op de campus. Ze hebben dus echt van alles wat, maar zijn in ieder geval met religie en geloof bezig!

    groet

    Hannes

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *